Logo-Ton-Roumen-zoeken-naar-zin-op-je-levensweg

Leven met aandacht – Friesch Dagblad, 4 april 2009

Hoe kunnen we goede aandacht geven in gezin en werk? Dr. Ton Roumen ging te rade bij de eeuwenoude wijsheid van monniken en schreef Pedagogiek van de aandacht. ‘Zonder een fundament van rust kun je geen goede aandacht geven.’

Door Lodewijk Born

 

Klik hier voor het oorspronkelijke krantenartikel als PDF-bestand 

Roumen is theoloog en  werkzaam op  het grensvlak  van   onderwijs   en  spiritualiteit. Hij  gelooft dat  iedere nieuwe dag  mogelijkheden biedt om  te groeien en nieuwe stappen te zetten, zowel in werk als  privé­ leven. ‘Als  baby zijn  we  geboren en aan ons  leven begonnen. We krijgen kansen om  te groeien en onze ouders, verzorgers en leerkrachten  dragen daar in  belangrijke mate aan bij.’

Als vader, docent, coach en schrijver is de Nijmegenaar een man van  de  praktijk. Hij ziet  van alles voorbijkomen op  de  retraites   die   hij   geeft. Zakenmensen die  tonnen  verdienen, maar ook beginnende   leraren   en   ouders die  het onderwerp belangrijk vinden. Medewerkers van  het Bogermancollege in  Sneek volgden ook een lezing van  hem.

Tien jaar geleden kwam Roumen op  het spoor van Sint Benedictus (480-547), mede door de aandacht  die  de  Duitse monnik Anselm Grün aan hem en zijn leer gaf  in  zijn  veel  verkochte boeken. De Regel, die Benedictus schreef  voor  het kloosterleven en die de  leidraad was voor het leven van   monniken, bleek ook heel bruikbaar in  het onderwijs. De Regel bevat aanwijzingen voor een waarachtig christelijk leven, maar geeft  tevens  handvatten voor  meer aardse zaken zoals de organisatie en de  leiding van de kloostergemeenschap.’

Rode  draad in  de  Regel is de zoektocht naar God. Volgens Roumen heeft de  gemeenschap van vandaag ook  zo’n gemeenschappelijk doel nodig. Het  is  moeilijk om, zo haalt hij Grün aan, aan alle scholen te vragen om  God  centraal te stellen. Daarom is er  een bindende kracht nodig die  pedagogisch, theologisch en filosofisch is onderbouwd: een  pedagogiek van de aandacht. ‘In essentie gaat het dan om  vragen als:  wat beweegt ons, wat draagt ons, wat is ons verlangen en wat willen we realiseren?’

Goede aandacht geven staat in schril contrast met de  huidige inrichting van de  samenleving. We leven in een maatschappij waar constant prikkels zijn. Van   je  e­mail, je mobiele telefoon, de  televisie,  die  aan staat terwijl we  aan het eten zijn. Kinderen sms’ en al fietsend. ‘We  zijn voortdurend aan het multitasken. Recent onderzoek toont ook  nog  aan dat multitasken minder effectief en efficiënt is. Je kunt maar één ding tegelijk goed, met aandacht doen. Aandachtig aanwezig zijn  is leven in  het hier en nu en niet denken aan de zorgen van morgen of worstelen met het onverwerkte verleden.’

Roumen kent de foute voorbeelden van  managers die  hij  op  zijn retraites krijgt. ‘Die echt tot ‘s avonds laat doorgaan en niet één kwartiertje rust nemen. Als ze dan op zo’n cursus zijn,  denken ze: ja, misschien moet het toch wat anders…’

Als de druk te groot wordt, komt leven en werken in  de  knel. ‘In de gezondheidszorg zijn er voorbeelden van  artsen die  te lang doorwerken en daardoor fouten maken waarvan    patiënten de dupe zijn’ Of het  is zo  druk dat aandacht ontbreekt. Hij  haalt het voorbeeld   aan van de verpleegkundige die wel  een bos  bloemen aan de patiënt overhandigt, maar geen tijd heeft om een vaas  te halen.

Wanhopig

Ook  schoolleiders  worden  overvraagd. ‘In zijn wanhopige speurtocht  naar  helpende  handen  vraagt  de   basisschooldirecteur steeds meer ouderhulp: van leesmoeders tot klusmoeders en schooltuinmoeders.’

Van    de    benedictijnen  leerde Roumen hoe belangrijk het is om enkele  rustmomenten   per   dag in  te bouwen. ‘De benedictijnen wisselen  hun  werk  een  aantal keren per  dag  af met momenten van  bezinning en gebed, het ora et labora,  bid  en werk. Het  contact met de  stilte is een weg om  goed bij jezelf te blijven en nog meer in je eigen kracht te komen.’

Vaak blijft dat  bij goede voornemens in de moderne tijd. ‘Iemand besloot om twee avonden  per week naar de  yoga te gaan. Het werd al gauw één keer, en omdat ze te moe was na het werken ging ze na enkele weken helemaal niet meer. In zo’n geval kun je  beter een kleine verandering nastreven, bijvoorbeeld drie minuten  meditatie bij  het opstaan of  even stil­staan bij het opgaan van de zon.’

Hij  ziet  soms ook hoe de  boodschap van rust echt landt. ‘Een directeur vertelde me  onlangs dat hij tegenwoordig pas  vanaf twee uur ‘s middags mail leest. Dat  betekende voor  hem een heel nieuw begin  van   de   dag.  Wij   denken vaak dat  we wel  tien dingen in ons  leven moeten veranderen om balans te krijgen, maar  soms is één ding al voldoende, iets  kleins en dat  dagelijks volhouden.’

Het credo is, door de juiste maat na te leven, dat  je  het evenwicht bewaart  tussen arbeid en  meditatie, tussen werk en rust  en een actief en contemplatief  leven, aldus  Roumen. Hij  liet  zich daarin niet alleen inspireren  door Benedictus, maar ging ook  te rade bij de filosoof Socrates (470-399 v/C), de theoloog Augustinus (354-430) en de stichter  van de Orde van de Jezuïeten, Ignatius van Loyola (1491-1556). ‘Inde kern wil deignatiaanse pedagogiek leerlingen aanmoedigen een onderscheid aan te leren brengen tussen wat hen gelukkig en vrij maakt – consolatie- en wat niet, desolatie.’

Daarbij is vragen mogen  stellen  essentieel,  zo  betoogt  Roumen. ‘Vragen zijn een belangrijke motor om te leren en nieuwe stappen te zetten in het leven. Wie vragen toelaat, staat zichzelf ook toe te kijken naar zichzelf in de omgang met anderen.’ Via de vraag wordt er contact gelegd met  kennis. ‘Wij denken altijd dat kennis opgesloten ligt in antwoorden en niet in vragen. Toch bevatten vragen ook kennis. Iedere vraag veronderstelt kennis of verwijst ernaar.’

Een onderdeel van Pedagogiek van de aandacht is de kunst van het luisteren. ‘Wie niet kan luisteren kan ook geen aandacht schenken. Het stereotype beeld is dat kinderen naar hun ouders luisteren, leerlingen naar hun leerkracht, werknemers naar hun chef. Maar dit beeld kun je ook omdraaien. Hoe ouders en leerkrachten luisteren naar hun kinderen en leerlingen. Goed luisteren wil zeggen dat je luistert naar wat mensen bezighoudt. Daarvoor is het  nodig stil, opmerkzaam  en aanwezig te zijn. Luisteren is de ander aan het woord laten komen, la­ ten uitspreken en laten doordringen wat er leeft. Het tegenovergestelde, niet goed luisteren, vindt altijd plaats wanneer er ongeduld of onrust is.’

In zijn boek maaktRoumen de vergelijkingmet hoe een arts luistert met een stethoscoop. ‘Met de stethoscoop kan de arts luisteren of hart en longen goed werken. Hij kan geruis of gerochel horen en als dat aan de orde is kan hij adequaat reageren. Want het logische vervolg op luisteren is dat de arts reageert.’

Wie echt luistert, luistert eigenlijk met het hart, betoogt Roumen. Dat is ook belangrijk in hoe tegenwoordig naar kinderen wordt gekeken. Steeds meer kinderen krijgen het stempel ADHD, PDD-NOS  of hyperactief.  ‘Deze kinderen vragen om ander onderwijs, andere aandacht. De kunst te weten wat iedereen nodig heeft en wat goed is en wat goed is, wordt discretio genoemd. Het is de oude term  die de monniken gebruiken om het onderscheidingsvermogen aan te geven op grond waarvan bepaald wordt wat goed is voor de een en wat goed is voor de ander. Het betekent ook dat je aan ieder geeft wat hem of haar toekomt, welke aandacht belangrijk is.’

We leven in een maatschappij waar constant prikkels zijn: e-mail, mobiele telefoon, de televisie

Aandacht is dus maatwerk en niet ‘gelijke monniken, gelijke kappen’, zoals vaak in de samenleving gepropageerd wordt. ‘Er is een verschil in aandacht. Voor de een is aandacht een troostend woord, voor de ander een schop onder de kont om verder te komen in iets. Beide keren ben je aandachtig aanwezig.’ Het is ook op één plek zijn, lijfelijk en geestelijk. Hij maakte het ooit zelf mee bij een bezoek aan benedictijns klooster. ‘Ik was in gesprek met de gastenpater, maar er waren meer die hem wilden spreken. Maar op dat ene  moment  was hij er helemaal voor mij. Dat gevoel was nieuw voor mij. Ik had nooit eerder zo sterk ervaren dat iemand alleen aandacht voor mij had, terwijl ook anderen om aandacht vroegen. Hij verstond de kunst om zich door af te laten leiden.’

 In de retraites die hij geeft bij onderwijsinstellingen en bedrijven ziet hij vaak de verwonde­ring van deelnemers als ze zien dat de christelijke traditie zoveel praktische handvatten geeft. ‘Je doet de powerpoint aan en vertelt over Sint Benedictus. Dan is de eerste reactie: wat is dit? Maar later is men verrast.’

Voor christelijke  inspiratie blijkt wel degelijk een markt te zijn, naast alle new age aanbod wat er is op dit terrein. Bijvoorbeeld in het onderwijs. Hier draait het volgens Roumen heel erg om de buitenkant: het halen van leerdoelen, voldoende onderwijsuren halen, competenties en protocollen. ‘Je ziet nu ook een trend dat men zegt: wat is mijn rol daarin, wie ben ik zelf? Dan kom je toch terug bij de christelijke inspiratie.’

Hij komt twee categorieën mensen tegen: de groep die nog een (losse) band heeft met het christendom en de groep ‘ongebonden spirituelen’. ‘Wat opvalt is dat ze beide wel openstaan voor de pedagogiek van de aandacht. Omdat het raakt aan een bron waar ze zich ten diepste mee verbonden voelen.’  Roumen  heeft  weinig op met de systemen van competentiegericht  leren en de school als ‘kennisfabriek’. In De magistro (de meester) van Augustinus, een dialoog tussen Augustinus en zijn zoon Adeodatus, voltrekt het onderwijs zich niet op een manier waarop de leerling alles klakkeloos overneemt wat de meester zegt, maar op een manier waar­ bij de leermeester wakker maakt wat al in de leerling aanwezig is. ‘Dat is de wezenlijke betekenis van educatie. Leren is het vinden van ons eigen spoor.’ 

Het contact met de stilte is een weg om bij jezelf te blijven en meer in je eigen kracht te komen

 

Intuïtie

Roumen pleit  zelf ook voor het vertrouwen  op  intuïtie.  ‘Via onze intuïtie hebben we toegang tot kennis. In het Latijnse woord videre wordt dat duidelijk. Videre is zien maar ook inzien, weten dus. Weten wat goed is, weten ook  vanuit  je  hart.  Het  intuïtieve biedt een oriëntatie.’ Hij maakte het zelf mee met hun zoontje van tweeënhalf. ‘Hij gebruikte nog maar weinig woorden, terwijl een kind op tweejarige leeftijd gemiddeld twee- tot driehonderd  woorden kent. De kinderarts van het consultatiebureau toonde zich bezorgd. Er kwam een heel doemscenario voorbij als we geen actie onder­ namen.  De arts liet zich leiden door een  medisch  protocol, en wij besloten het advies niet op te volgen. We vertrouwden op onze intuïtie die ons vertelde dat onze zoon vroeg of laat wel zou gaan praten. Op dat moment was hij vooral bezig om allerlei nieuwe informatie te verwerken die op een later  moment  wel via taal tot uitdrukking zou worden gebracht.’

En zo gebeurde  het ook. ‘Na een  paar  maanden  begon  ons kind te praten en werd de taal­ achterstand  ingehaald. Toen hij vierenhalf was, had hij met zijn taalontwikkeling het niveau bereikt  van een  kind  van vijfenhalf Door te blijven vertrouwen op  onze  intuïtie  werd  ons  de gang langs en de bemoeienis van deskundologen bespaard.’

 

Pedagogiek vande aandacht. TonRoumen.  (Uitgeverij Meinema, 2008)  172 pagina’s. Prijs 18,90 euro

 

Ton Roumen  is adviseur voor het Katholiek  Onderwijs. Enkele jaren geleden startte hij met  het  begeleiden van  retraites en bezinningsdagen in kloosters op locatie.

 

Ton Roumen(1955) werd ge­boren in een katholiek gezin in Roermond. Hij haalde in die stad achtereenvolgens zijn vwo-diploma (1974) en onder­wijzersakte (1977). Daarna studeerde hij theologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en rondde deze studie af in1985. In1998 promoveerde hij tot doctor in de theologie. ‘Theologie is bijzonder boei­end omdat er belangrijke vragen aan de orde komen. Voor mij is de belangrijkste vraag hoe je heling kunt vinden in het leven.’ Roumen werkte onder meer als docent levensbeschouwing, wetenschappelijk medewerker aan de theologische faculteit Nijmegen en als directeur en adviseur van een centrum voor levensbeschouwing. Hij schreef eerder de boeken Ethos & eros. Moreel oordelen over seksualiteit (1988),orming in autonomie. Een studie naar de morele ontwikkeling op het terrein van de seksualiteit (1998). Waarom kun je God niet zien? Vragen van kinderen en hun opvoeders (1999), Wie kust mij wakker? Hoe verhalen een weg wijzen naar vrijheid en geluk (2003) en De spirituele weg van verandering. Zoeken naar authenticiteit (2006). Hij is getrouwd met Petra Kessels en vadervan Frank (19 jaar), Judith (17 jaar) en Matthijs (5 jaar).